o god


o god 1.0

als uitroep om een sterke aandoening te uiten, vaak van ontsteltenis, ontzetting, ontstemdheid, grote verbazing of diep medelijden

Algemene voorbeelden


De vertaalster staat een eerder traditionele aanpak voor, de vertaler maakt radikalere keuzes. En dat wordt in de vertaling (woordkeuze, syntaxis, metriek) bevestigd: het Griekse turannis wordt bij d'Hane klassiek tirannie, bij Koolschijn moderner diktatuur. De uitroepen wee mij en ai mij zijn van de hand van d'Hane, o god en ach van Koolschijn.

De Standaard,

Terwijl ik dat deed, hoorde ik hem op de deur bonzen. Hij was sterk, o god, hij was sterk genoeg om hem open te breken.

Bezeten van mij, Nicci French,

Ze rende naar me toe, drukte me tegen zich aan, kuste me op mijn ogen en fluisterde ontdaan: 'O god, wat heb ik gezegd! Wat heb ik gezegd!'

De hemelvaart van Massimo en Lui oog, Oek de Jong,

Blonde pieken, och god, wat is ze mager en bleek.

Een soort Engeland, Robert Anker,